woensdag 9 mei 2012

Bladwijzer

Als bibliothecaris kom je zo nu en dan vreemde bladwijzers of andere bijlagen tegen. Antiquarische folders die een vergeten wereld oproepen, creatieve bladwijzers, waardepapieren,  maar ook wel eens  walgelijke restanten, zoals bij het onderstaande voorbeeld:





Vergane glorie: zowel het boek als de banaan.

dinsdag 24 april 2012

Unzip

Google heeft wel meer leuke afbeeldinkjes als de we standaard zoekpagina openen. Zo is er een aparte pagina met kerstmis, 'thansksgiving' en zo vele meer. Maar vandaag (24 april AD 2012) hebben ze het wat mij betreft nog aparter gemaakt:





Vergeet vooral niet de ritssluiting te openen en veel zal geopenbaard worden.

vrijdag 20 april 2012

Het brein in kaart

Sinds enkele maanden worden bij ons op de hogeschool instructies gegeven in het maken van mindmaps. Daarvoor gebruiken we standaard het programma Mindmanager van Mindjet. Een heel aardig programma met een tamelijk lage leercurve en veel mogelijkheden. Om die te vinden heb je echter substantieel meer tijd nodig. Maar een begin is snel gemaakt en het ontdekken van de rest kan voor studenten eigenlijk alleen maar leuk zijn. Belangrijk bij het maken van een mindmap is in mijn ogen vooral het conceptualiseren van kennis. Natuurlijk weer een veel te moeilijk woord. Ik zal dus maar een beetje gaan verzinken in de theorie achter mindmaps. Het is uitgevonden door Tony Buzan. Het is niet een idee dat uit de lucht is komen vallen. Verwante concepten werden bijvoorbeeld bedacht door Joseph Novak en vele eeuwen daarvoor werd al nagedacht over het visueel weergeven van gedachten. De oudste vorm die ik ken is de boom van Porphyrius.
Een concept dat om de hoek komt kijken als we het hebben over mindmaps, is het verhaal over de linker- en de rechterhelft van onze hersenen. Hierover bestaat de nodige scepsis. Zie bijvoorbeeld de weblog van Occam's Donkey en het artikel Left brain/right brain mythology and implications for management and training van Terence Hines. Een ander geluid vinden we bijvoorbeeld in dit artikel van Vivian Leung.  Maar uiteindelijk gaat het er bij mindmaps niet over of linker- en rechterhelften worden geactiveerd, maar dat hersenen worden geactiveerd. Daar is wel onderzoek naar gedaan. Zoals bij veel empirisch onderzoek komen daar de nodige mitsen en maren en de noodzaak van vervolgonderzoek bij kijken, maar de tendens is dat mindmaps bij het leren zeer goede diensten kunnen bewijzen. Zo stellen Issam Abi-El-Mona van de Rowan Universiteit en Fouad Adb-El-Khalick van de Universiteit van Illionois in het tijdschrift School Science and Mathematics:
Compared to students who did not use mind mapping, participants in the experimental group achieved statistically significant gains on all target categories (conceptual understanding and practical reasoning)
and levels (basic, proficient, and advanced) of achievement. Moreover, the observed gains were not only statistically significant, but practically significant
as well.


Anthony D'Antoni stelt in zijn proefschrift Relationship  between the mind map learning strategy and critical thinking in medical students:

 Mind maps have historically been underutilized in medical education and
their usefulness as a learning tool for medical students has not been firmly
established. This study demonstrated that mind mapping results in a similar gain
of short-term, domain-based knowledge and critical thinking compared to
standard note-taking after a single mind map session.
 Ook een studie van Dhindsa, Kasim en Anderson geeft aan dat studenten baat kunnen hebben bij een 'constructivistisch-visuele mind map'.

I rest my case.






donderdag 5 april 2012

Tablet



Rondom mij heen zijn nu heel wat collega's aan de gang met tablet-pc's. Binnen vele organisaties wordt bijvoorbeeld een IPad beschouwt als het panacee voor alle communicatie-, informatie- en productieproblemen. Dat roept allerlei vragen op. Natuurlijk is zo'n apparaat heel aardig speelgoed. En als je even de crux doorhebt dan is het zeker een bijzonder ding. Maar het is natuurlijk niet nieuw. Zonder dat ik wil teruggaan naar de tijd van Mozes (die had er twee) of de oude Romeinen (die hadden er twaalf) zal ik even terugblikken. Om precies te zijn naar de jaren zestig van de twintigste eeuw. Vooral in het kader van ARPA zijn toen veel belangrijke dingen begonnen. Het is wat betreft uitvindingen op computergebied een tweede gouden periode. Een van de personen die toen actief was is Alan Kay. Hij en zijn team introduceerden het idee van de Dynabook, een compacte en zeer veelzijdige computer. Volgens een artikel van Kay uit 1972 was deze personal computer bedoelt om het leren van kinderen te ondersteunen.  In dit kader werkten hij en zijn team ook onder meer aan objectgeorienteerd programmeren (Smalltalk) en aan een grafische gebruikersomgeving en het is leuk om kinderen dingen te zien doen waarvan de meeste volwassenen indertijd niet wisten dat ze konden.
De meeste pc’s van nu zijn aardig ver met de meeste functies die Kay voor ogen stonden. Maar zijn de tablets dat ook? Ik betwijfel het. We zien soms spectaculaire dingen, maar het is voorlopig nog geen apparaat dat qua veelzijdigheid met een goede laptop of pc kan wedijveren. In de Duitse versie van C't Magazin konden we eerder dit jaar een vergelijking vinden van de mogelijkheden van tablets, Netbooks en Ultrabooks. Van alle drie was absoluut iets positiefs te zeggen. Tablets zijn over het algemeen bijzonder snel,  Ultrabooks zijn zeer veelzijdig en Netbooks kunnen ook behoorlijk wat en zijn ook nog relatief goedkoop. Als ik dit tegen elkaar afweeg dan verwonder ik me. Waarom gaat iedereen aan de IPad (c.s.)? Het zal wel zijn om een fundamenteel mensenrecht uit te oefenen: 'the right to play'. Dat zal ik niemand betwisten.

maandag 2 april 2012

Maand van de filosofie

April: het is weer de maand van de filosofie. Maar de hele ochtend lang zit ik met de vraag of je al filosoferend scoort of buitenspel staat...


vrijdag 30 maart 2012

Informatiewijdsheid

Bij ons op de hogeschool worden medewerkers geacht 'mediawijs' te zijn. Scholing dus en dat soort dingen. Natuurlijk ben ik ook wel bereid om mijn 'share te doen'. Dus ik zal beginnen met nadenken.
Om te beginnen: Wat houdt de term in? De Raad voor Cultuur heeft in 2005 het Rapport mediawijsheid uitgebracht. Hierin definieerde ze het begrip als 'het geheel van kennis, vaardigheden mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld'. Voila, de definitie en we komen daar echt niet verder mee. Het rapport maakt duidelijk dat de Raad het begrip ruimer wil zien dan alleen media-educatie. Het bredere kader van het burgerschap wil ze nadrukkelijk laten meespelen. Maar een echte begripsverheldering geeft de term niet. En dan is er nog de geweldige pretentie van 'wijsheid'. Toe maar! Zou een term als 'mediacompetentie' niet net zo goed de lading kunnen dekken? In buurland Duitsland wordt de term 'Medienkompetenz' ook vaak gebruikt. En daar dekt deze term ook een tamelijk ruim gebied. Het omvat de zogenaamde oude en nieuwe media. Dieter Baacke heeft een onderscheid gemaakt tussen mediakritiek, mediakunde, mediagebruik en mediavormgeving. De uitwerking van deze begrippen is wel bekritiseerd, maar het omvat in ieder geval wel een raamwerk van nadenken over media en het gebruik maken van deze media. 
Ik wil maar zeggen: nadenken levert wijsheid op, maar dat is wel afhankelijk van de kwaliteit van het denken. Termen gedachteloos gebruiken is daarvoor verre van voldoende: dan gaan we te veel 'ins Blauwe hinein'.

maandag 11 juli 2011

The epoch of stupid

Over de zegeningen en valkuilen van het gebruik van internet is de laatste tijd veel gepubliceerd en gediscussieerd. De meest spraakmakende naam van de internet-sceptici is die van Nicholas Carr met publicaties als Is Google making us stupid?, Is the internet making you stupid? en als uitwerking van zijn inzichten het boek The shallows. Zijn uitgangspunt is dat het brein door internetgebruik wodt veranderd. Als gebruiker van het internet had hij veel baat gehad van de mogelijkheden om onmiddelijke toegang te hebben tot een dergelijk grote bron van informatie. Maar 'elk voordeel heb zijn nadeel': hij verloor zijn concentratie en in het algemeen zijn gevoel voor contemplatie. Nu is er in een recent rapport van Paul Howard-Jones o.d.t. The impact of digital technologies on human welbeing (voor een samenvatting zie deze site). Hierin wordt gesteld dat elke vorm van leren verandering aanbrengt in het brein. Deze stelling sluit aan bij recent neuro-wetenschappelijk onderzoek. Maar tegelijkertijd wordt ook geconstateerd dat niet is bewezen dat het gebruik van zoekmachines meer veranderingen teweegbrengt dan andere factoren. Daarmee is de stelling van Carr niet persé ontzenuwd, maar ze wordt wel in een ander perspectief geplaatst. Om dat perspectief nog iets te verbreden wil ik wijzen op een aantal stellingen die door  Evan Goldstein zijn verzameld in  The Chronicle of Higher Education, 54(44), B.4. Enkele goed afgewogen artikelen zijn van William Bladke en van Adam Gopnik in The New Yorker.
Mijn voorlopige conclusie is: we worden niet dommer, maar zorg wel voor momenten van echt nadenken, En dat behelst: beeldscherm uit, geen toetsenbord in de buurt, laat de informatie even voor wat die is en ga aan de slag met wat je weet.